Misschien heb je het zelf een beetje uitgelokt?

We hebben net een Latijn toets gehad en lopen lachend door de gang op school. Tijdens de toets hebben we onze blaadjes kunnen uitwisselen. Snel achter de rug van de leraar gingen de toetsblaadjes naar een ander bureau. Zo kon zij voor mij antwoord geven op sommige vragen die ik niet wist en andersom. Erg handig want zij was beter in woorden stampen en ik in meer praktische vragen. We lopen richting onze kluisjes die zich in de kelder bevinden. Ik moet zo naar een taekwondo les.
Als we in de kelder aankomen bij de kluisjes staat een jongen boeken in zijn tas te laden. We kennen hem niet en raken aan de praat. Hij heeft een mooie lach en is zestien, twee jaar ouder dan wij, en blijkt uit een techniek klas te komen. Het is een kort gesprek, hij stelt eigenlijk alleen mij vragen en negeert mijn vriendin een beetje. Als hij steeds iets dichter bij mij komt staan, laat zij haar tas vallen, tussen hem en mij in. Hij zegt iets over mijn ogen en stapt over de tas heen. Dan duwt hij zijn hand tussen mijn benen en glimlacht. “Raak jij jezelf ook wel eens aan?” Vraagt hij terwijl hij mij aankijkt. “Hier?” Als hij is uitgepraat duwt hij z’n hand nog even harder tegen mijn venusheuvel aan.
Ik houd mijn adem in. Bevroren ben ik. ‘Dit hoort niet toch? Doe iets!’ schreeuwt mijn hoofd. ‘Je zit al een jaar op taekwondo!’. Maar tegelijkertijd moet mijn hoofd ook nog verwerken wat er nou eigenlijk gebeurt.
Mijn vriendin loopt voor me. Ik loop als verdoofd twee trappen op en een gang over naar de rector. Daar aangekomen stamel ik “Jongen, kluisjes, aangeraakt.” Dan begin ik te huilen. Meer kan ik er niet van maken.
Op het politiebureau zit ik met mijn moeder tegenover een agent en vertel hem wat er gebeurd is. Ik, veertien, op school, de kelder, kluisjes. Het gesprek, de tas van m’n vriendin, de hand en wat hij zei. ‘Raak jij jezelf ook wel eens aan hier?’ klinkt het in mijn hoofd. Ik mocht er dan volwassener uit zien maar ben daar nooit eerder aangeraakt door iemand anders.
“Misschien heb je het zelf een beetje uitgelokt?” is wat de agent zegt.

Toen ik onlangs een video call had op werk met een van de mensen in mijn team in India omdat zij aangaf graag nu met mij te willen praten, begon zij zodra ze mij zag, te huilen. Op weg naar werk was zij door twee mannen bij de uitgang van de metro vastgegrepen en aangeraakt. Om negen uur ’s ochtends. Gelukkig was er iemand in een auto langsgereden en gestopt zodat de mannen waren weggerend. Nooit eerder was haar zoiets overkomen. Tranen schoten in mijn ogen maar dit gesprek ging om haar. ‘Heb je pijn?’ ‘Wat kan ik doen? Wat wil jij doen? Wat wil je dat ik doe?’ Nee naar de politie gaan had geen zin. Ze wilde op kantoor blijven want daar voelde ze zich veilig. Met collega’s om haar heen. “Ik bel je vanmiddag nog een keer goed?” Zij knikte.
Toen we ophingen rende ik naar de wc en sloot mezelf daar op. Mijn door mij gecoachte 22-jarige lieve vrolijke meisje met haar haast kinderlijke nieuwsgierigheid en enthousiasme. Ik huilde harder om wat haar was overkomen dan dat ik ooit om mijn eigen ervaringen had gehuild. Want ik wist wat dit moment voor haar betekende. Hoeveel pijn dit geestelijk deed, hoe letterlijk aangetast zij zich voelde. Hoe het veilige, onschuldige leven zoals zij dat kende niet meer bestond. Een deuk die ontstaat. Dat je echt moet oppassen, op je hoede moet zijn, dat het niet alleen verhalen zijn. Dingen die ik al lang wist maar anderen zo graag voor wil behoeden. Hoe mijn school, en daarmee een boel andere locaties, opeens geen veilige plekken meer waren. En haar commute naar kantoor onveilig werd, daar waar zij elke dag zo hard werkt en oprecht haar best doet het beste van zichzelf te geven.

Ik zou graag willen zeggen dat die veertienjarige keer de enige keer is geweest dat ik ongevraagd ongewenst aangeraakt ben en dat het bij zoiets als dit gebleven is maar.. En dat is de realiteit waar veel vrouwen mee leven. Ook als we in onze kont worden geknepen in een kroeg of lastig gevallen worden in de trein. Samen met het niet of weinig handelen en ongeloof van anderen, inclusief de politie. Ik praat zelden over mijn ervaringen en schrijf in alle rust hier nu voor het eerst over omdat het vandaag op Twitter veel over dit onderwerp gaat. De hele dag in m’n hoofd zinnen van deze tekst geschreven en weer getwijfeld. Ik vind het lastig omdat geen aandacht wil en mij geen slachtoffer voel en niet wil dat mensen mij zo zien.
Ik heb er geen last van. ‘In every situation you learn or you suffer’. Het enige dat ik achteraf in de hand heb, is hoe ik er zelf mee om ga. Natuurlijk heeft het me gevormd; ooit kwam ik na een echt pijnlijke vertrouwensbeschadiging in een jaar 25 kilo aan, ik denk onbewust om ‘niet meer aantrekkelijk’ te zijn – en ben ik wellicht meer op mijn hoede maar ik bepaal wat voor rol ik het nu laat spelen in mijn leven. Accepteren en door. Ook al klinkt dat kort door de bocht.
Ik heb ze zelfs vergeven en hoop dat het goed met ze gaat. Dat kan ik omdat ik geloof dat zij niet weten hoeveel pijn ze iemand kunnen doen en gedaan hebben. Dat zij dat gewoon niet begrijpen. Omdat ze de dingen die zij deden zien als iets waar ze recht op hebben, iets dat gewoon kan. Hoe ongelofelijk verkeerd dat ook is. Dat het niet aan mij ligt maar aan hen. En dat spijt me voor ze; als je zo bent opgevoed of als dat is wat je meepikt van de media of als je op sociaal emotioneel level (nog) niet bij andermans gevoel kan. Geloven dat het zo in elkaar steekt is beter dan denken dat zij wisten hoe verkeerd ze bezig zijn, hoe ze iemand kunnen beschadigen en het dan kwaadwillend tóch doen. Als ik daar van uit zou moeten gaan, zou de wereld voor mij een onvergeeflijk kwade, depressief makende, donkere plek zijn en zou mijn geloof in de goedheid van de mens pas écht naïef zijn. En juist daar hecht ik zo veel waarde aan.

Ik wilde er toch over schrijven omdat ik vind dat we het taboe moeten doorbreken. Dit gebeurt, overal ter wereld en als we er niet over praten, hoe fout het is, het probleem niet kenbaar maken met de pijn die het met zich mee kan brengen verandert er nooit iets. Ik denk dat opvoeding hier een grote rol in speelt. Ik heb zelf geen kinderen maar denk dat we ze moeten leren dat we allemaal gelijk zijn, dat onze pijn gelijk is, dat je allebei iets moet willen en de ander z’n mening telt, ook al is deze niet gelijk aan de jouwe. Vind het zelf wel mooi dat ik hier de genderneutrale kleding van HEMA ook aan kan linken; geen aparte labels. Jongens zijn niet anders dan meisjes. Dat we in de media meer succesvolle vrouwen zien vind ik hoopvol en ik hoop dat we de objectivering van vrouwen, zoals in videoclips in de 2000 jaren, grotendeels achter ons gelaten hebben. Toch trekken we het wellicht door op social media.
Wist je dat de man z’n grootste angst voor een eerste date na online contact is dat zij dikker is dan op haar foto’s? Wist je dat vrouwen hun grootste angst voor een eerste date is dat hij een seriemoordenaar is en ze verkracht en vermoord worden? Dit laat wel zien hoe scheef dit is. Gekken zullen altijd bestaan maar misschien bereikt dit net de juiste persoon. Dat die ene man die denkt regelmatig ‘onschuldig’ in iemand’s kont te knijpen in de kroeg, niet weet hoe dehumanizing en devaluing het voor een vrouw voelt; nee ze lokt het niet uit – wat ze ook aan heeft – en nee het is geen compliment. Of die ene vent die niet snapt dat als hij opgewonden wordt tijdens flikflooien en toch probeert z’n zin door te duwen als zij ‘nee’ zegt, maakt dat zij zich onveilig voelt en dat je opeens in iemand verandert die zij niet kan vertrouwen. Waarom zou je dat willen?

Voor alle meisjes en vrouwen die wel, helaas, ook iets overkomt: Het ligt niet aan jou, je bent niet de enige. Jammer genoeg is dat een heel geruststellende gedachte.
Laat wel de ‘Misschien heb je het zelf een beetje uitgelokt’ gedachte los, want die is heel vermoeiend en dat is nooit een reden of een excuus.

Laten we de wereld samen proberen een beetje mooier en veiliger maken.
Misschien juist door lelijke dingen soms wel te delen.

Advertenties

Een gesprek over pizza.

“Weet je wat ik nou top vind?” Ik neem een hap van de pizzapunt in mijn hand. Op de tafel voor mij ligt een quatro formaggi pizza die we net opnieuw hebben opgewarmd in de oven. “Op het ene stuk zit meer oregano dan op het andere. Je kunt dus kiezen of je meer of minder oregano wilt. Nu wil ik meer en door de kazen zo verdeeld smaakt elke hap anders. Zo lekker!”
We zitten thuis op de bank, anderhalf uur geleden hebben we een een ‘edible’ gedeeld, een cupcake met wiet erin. Het is pas onze tweede keer en we hebben dit gepland, vorige week al bepaald en voordat we begonnen eten en drinken gehaald – de pizza nam ik mee uit Amsterdam. Hij is het niet met mij eens. “Nee, voor mij zou elke hap hetzelfde moeten smaken. Dan heb je een constantheid en dan kun je ook niet teleurgesteld worden. Niet lekkerder maar ook niet minder lekker.” “Maar die diversiteit is toch juist lekker? Ik houd een nieuwsgierigheid naar de volgende hap. Misschien wordt die nog lekkerder. Dat er misschien een minder lekkere hap volgt, vind ik niet erg.” “Nee, daarom bestel ik ook vaak gewoon een simpele ham-kaas tosti; ik ken het, het kan haast niet fout gaan en dan is dat prima.” Ik denk even na. Hij gaat inderdaad vaak voor de veilige keuzes op de kaart en wordt eigenlijk weinig echt verrast, vindt weinig echt lekker maar wordt ook niet teleurgesteld door het eten. Iets dat mij nog wel eens overkomt en dan wou ik stiekem dat ik ook gewoon zijn gerecht had besteld.

We zijn high. “Kijk, stel dat gelukkigheid een rechte lijn is, als een as. Dan wil ik daar net boven zweven.” Zegt hij. “In rotte periodes zit je dan net onder die lijn van geluk. Maar ik ben blij met net erboven en net eronder. Gewoon heel stabiel, ik hoef niet meer en dan krijg je ook niet veel minder.” “Zeg maar een plus drie en een min drie?” Vraag ik. “Ja.” “Maar echt? Want wat nou als je ook naar plus vijftien kunt? Ik zou min vijftien riskeren om op een plus vijftien level te komen.” “Ja, jij wel ja.”
“Maar denk je dan niet dat als je op plus vijftien zit, je nooit terug komt op min vijftien? Misschien alleen naar nul.” “Dat weet ik niet maar ik ben gelukkig op plus drie.” “En wil je dan niet kijken of er meer in zit? Een beetje ongeluk riskeren voor meer geluk?”
We kijken elkaar aan. “Nee.” Zegt hij. “Ik wel.” Zeg ik.

Het gaat al een tijd niet zo goed tussen ons. We kunnen niet meer connecten, echt tot elkaar doordringen. We hebben geen ruzies, nooit gehad ook. Er is liefde maar het lijkt alsof we een beetje zonder gezamenlijke interesses of intimiteit langs elkaar leven, pogingen het te veranderen zijn er geweest maar het is haast alsof we die niet hebben doorgezet. Lange relaties hebben ups en downs, dat weten we allebei. Er zijn wel eens eerder periodes geweest dat hij mij niet zo leuk vond en andersom. Dat kwam vanzelf weer goed, dat vertrouwen was er altijd. Vaak juist gevolgd door weer een heel fijne verliefde periode. Maar elkaar tegelijk, op hetzelfde moment, niet zo leuk meer vinden zoals nu, daar weten we ons eigenlijk niet zo’n raad mee. Al een tijdje praten we over wat er gaande is en zelf denk ik er al langer over na.

“Dit gaat eigenlijk gewoon over wie en hoe wij zijn. We zijn te verschillend hè? De dingen die we willen van het leven?” Stilte. “Moeten wij te veel concessies aan ons eigen persoon doen om gelukkig samen te zijn op de lange termijn?” We zijn high maar hebben beide door dat in dit gesprek, ook al begon het over pizza, de kern zit van ons disconnect. Ik word kalm maar ook verdrietig. Tegenover mij zit de beste persoon die ik ken, de persoon van wie ik veel houd. Maar misschien niet de beste persoon voor mij? En ik niet voor hem? En misschien kunnen we daar helemaal niets aan doen.

Als we de volgende dag wakker worden gaan we samen naar de markt, dat doen we vaak op zaterdag. We kopen kerstcadeaus voor onze families. Het lijkt alsof we allebei een beetje opgelucht zijn. We praten over ons gesprek van de avond ervoor. Over hoe onze zoektocht naar eigen geluk zo verschillend is en daardoor de dingen die we willen bereiken, willen meemaken in het leven en de stappen die we daarvoor bereid zijn te nemen. We praten ook over hoe mooi het eigenlijk is dat we elkaar zo lang hebben kunnen vinden en zo lang zo gelukkig hebben kunnen zijn samen. Dat we zoveel van elkaar hebben gehouden en ook nog houden, ondanks dat we zo verschillend in het leven staan. Dat we dit nog wel een tijd door kunnen zetten maar weten dat tenzij we onszelf actief veranderen, op de lange termijn elke keer weer op dit punt gaan uitkomen. Dat we niet op die manier moeten willen veranderen.

En dan bespreken we dat we ondanks dat er niet écht iets heel erg mis is, ondanks dat en misschien wel juist omdat, hij de beste man is die ik ken, we elkaar los gaan laten.
Omdat we elkaar meer geluk gunnen.

 

Sharing is caring

“Euh, meneer? Zou u mij even kunnen helpen? Ik kom er niet bij.”
Mijn 1.63m is niet altijd handig. Vooral niet wanneer het gaat om hoge schappen in de supermarkt.
“Ja, natuurlijk, welke moet je hebben?”
Fijn. De lange meneer wil mij helpen.

“Die, daar achter. Twee graag.”
“Is dat lekkere wijn?”
“Ja, dat is vinho verde, wijn uit Portugal. Erg lekker”
“Ah.. Weet je wat pas lekker is?” Hij pakt zijn HEMA tas erbij.
“Oh, ik ben ook naar de HEMA geweest net. Ik zag u al lopen geloof ik.”
“Welke wijn heb jij daar gekocht dan?” Hij kijkt nu naar mijn HEMA tas.
“Ik heb die van die twee voor twaalf euro. Maar ik twijfelde.”
“Tussen die en die andere he?”
“Ja, die was net iets duurder maar dat scheelde ook weer niks maar ik wist het gewoon niet.”
“Ik heb dus die andere. Die is beter.” Hij kijkt me nu lachend aan.
“Ja, fuck. Heb ik dus de verkeerde. Ach het is vast te drinken.” Mijn mandje wordt zwaar.
“Hmm, ik twijfelde ook. Hoeveel flessen heb jij gekocht?”
“Euh, twee.”
“Wat nou..” Hij staart me even aan.
“..Als jij een fles van mij krijgt en jij een van die van jou aan mij geeft? Dan kunnen we ze allebei proeven!”

Dit klinkt best logisch. Ik ken deze man niet. Hij wil wijn ruilen. Wijn die hij lekker vindt voor een blijkbaar minder goede wijn van mij. Die hij net bij de HEMA kocht en we staan nu samen in de Dirk.

“Weet je dat zeker?”
“Ja!” Hij geeft me een fles.
“Ok, grappig” Ik geef hem een fles.
“Hoe heet je eigenlijk?” Hij steekt zijn hand uit.
“Zusje.”
“Pieter.”
“Nou.. Hoi Pieter.” Ik glimlach naar hem.
“Ik ga jou waarschijnlijk nooit meer tegenkomen maar ik hoop wel dat je van de wijn geniet.”
“Ik hoop dat je de wijn die ik kocht niet al te smerig vindt. Dat zou zonde zijn.”
“Dat zal wel loslopen. Dag.. Zusje.” Hij draait zich bij weglopen nog een keer om.

En weg was de behulpzame, aardige man.

En nu?

“Can I be really honest with you?”
“Yes”
“Sure? Because what I’m about to say might hurt. Just a bit.”
“…”

“Remember, you sending me away because you said I would never be happy over there? You didn’t want me wasting my life?”
“Yes, you didn’t seem happy, you became more quiet every day”

“Well.. I wanted to thank you. Thank you for sending me away. I thought I was happy or at least I tried really hard to be happy. Which isn’t right at all.
And this might sound harsh but seriously, I’m grateful. Although there is plenty to worry about, I’m happier now than I was at any point in the UK. I’ve never been this happy and I now know I would have never become this happy in the UK.”