Sharing is caring

“Euh, meneer? Zou u mij even kunnen helpen? Ik kom er niet bij.”
Mijn 1.63m is niet altijd handig. Vooral niet wanneer het gaat om hoge schappen in de supermarkt.
“Ja, natuurlijk, welke moet je hebben?”
Fijn. De lange meneer wil mij helpen.

“Die, daar achter. Twee graag.”
“Is dat lekkere wijn?”
“Ja, dat is vinho verde, wijn uit Portugal. Erg lekker”
“Ah.. Weet je wat pas lekker is?” Hij pakt zijn HEMA tas erbij.
“Oh, ik ben ook naar de HEMA geweest net. Ik zag u al lopen geloof ik.”
“Welke wijn heb jij daar gekocht dan?” Hij kijkt nu naar mijn HEMA tas.
“Ik heb die van die twee voor twaalf euro. Maar ik twijfelde.”
“Tussen die en die andere he?”
“Ja, die was net iets duurder maar dat scheelde ook weer niks maar ik wist het gewoon niet.”
“Ik heb dus die andere. Die is beter.” Hij kijkt me nu lachend aan.
“Ja, fuck. Heb ik dus de verkeerde. Ach het is vast te drinken.” Mijn mandje wordt zwaar.
“Hmm, ik twijfelde ook. Hoeveel flessen heb jij gekocht?”
“Euh, twee.”
“Wat nou..” Hij staart me even aan.
“..Als jij een fles van mij krijgt en jij een van die van jou aan mij geeft? Dan kunnen we ze allebei proeven!”

Dit klinkt best logisch. Ik ken deze man niet. Hij wil wijn ruilen. Wijn die hij lekker vindt voor een blijkbaar minder goede wijn van mij. Die hij net bij de HEMA kocht en we staan nu samen in de Dirk.

“Weet je dat zeker?”
“Ja!” Hij geeft me een fles.
“Ok, grappig” Ik geef hem een fles.
“Hoe heet je eigenlijk?” Hij steekt zijn hand uit.
“Zusje.”
“Pieter.”
“Nou.. Hoi Pieter.” Ik glimlach naar hem.
“Ik ga jou waarschijnlijk nooit meer tegenkomen maar ik hoop wel dat je van de wijn geniet.”
“Ik hoop dat je de wijn die ik kocht niet al te smerig vindt. Dat zou zonde zijn.”
“Dat zal wel loslopen. Dag.. Zusje.” Hij draait zich bij weglopen nog een keer om.

En weg was de behulpzame, aardige man.

En nu?

“Can I be really honest with you?”
“Yes”
“Sure? Because what I’m about to say might hurt. Just a bit.”
“…”

“Remember, you sending me away because you said I would never be happy over there? You didn’t want me wasting my life?”
“Yes, you didn’t seem happy, you became more quiet every day”

“Well.. I wanted to thank you. Thank you for sending me away. I thought I was happy or at least I tried really hard to be happy. Which isn’t right at all.
And this might sound harsh but seriously, I’m grateful. Although there is plenty to worry about, I’m happier now than I was at any point in the UK. I’ve never been this happy and I now know I would have never become this happy in the UK.”

I should have been a man

Zonder mijn blik af te wenden den ik aan hoe hij “Als een omgekeerde striptease” zingt en ik weet nu al dat ik liever deze versie heb.
Het jurkje en de hakken verdwijnen.
Meer vrouw had ze niet kunnen zijn. Grote, ronde borsten, heupen, een kleine holling in haar rug en ronde, echte billen.
In haar zoenen proef ik vanille, naar de kauwgom die ze altijd kauwt. Haar geur hangt in mijn neus. Of ze nou wel of niet in de buurt is.

Zo zacht als zij is raak ik haar aan. Het is alsof mijn vinger sporen achterlaten op haar huid. Ik kan ze zien, als kleine oplichtende lijntjes. En zij reageert op elke kleine aanraking.
Vol gevoel zoent ze me. Ik kan niet meer nadenken. Haar geur, haar zachtheid en de heerlijkheid van haar mond maken me de rest van de wereld vergeten.
Zij staat me toe van haar te houden zoals elke man voorgeprogrammeerd heeft zo te doen. Of heet dat misschien voortplantingsdrang?
Nee, dit, wat ik met haar doe heeft niks met mijn voortplantingsdrang te maken.
Ik wil in haar op gaan. Letterlijk en figuurlijk.

Haar geluidjes klinken als muziek in mijn oren. Na een tijd lijkt het alsof ik in een lege concertzaal sta waar alleen voor mij de mooiste, opzwepende muziek gespeeld wordt.
Een spot verlicht haar.
Terwijl ik haar na haar hoogtepunt in mijn armen houd weet ik dat mijn hoogtepunt geestelijk al bereikt is.

Tot zij me aankijkt en zegt “Ik wil dat je in me klaarkomt”, was ik mijn lichamelijke verlangens vergeten. Nu heb ik een nieuw doel. Haar geven wat ze wil. “Kijk me aan.”
Mijn wereld en zichtveld veranderen in de Caleidoscoop van haar ogen. Het blauw, het groen, het geel.
Ik kijk recht in haar ziel. De deurtjes staan open. Ik zie de littekens die haar gevormd hebben maar ook nog steeds het lieflijke, haar passie voor het leven, het vertrouwen en de overgave.
Vertrouwen en overgave voor mij.

“Kom dan.” Met een ruk ben ik half terug in de realiteit. Ik had een doel. Haar mijn halve kindercellen geven want ze vroeg erom.
Ik voel haar, ik ruik haar, ik zie haar en ik proef haar. Ze zoent me en kijkt me weer verlangend aan.
De aanblik van haar borsten in mijn handen wordt me bijna teveel. Ik kijk weer terug naar haar ogen maar vergat de uitwerking van haar blik.
“Kom maar.”
Mijn reizigers naderen bestemming terwijl ik haar aan blijf kijken. Ik produceer oergeluiden en bedenk me dat dat toch nog van voorouders moet komen.
Liefdevol, dankbaar en geruststellend kust ze me.
Nu mag ik in haar armen liggen.

Ik wil het alleenrecht op deze route.

En toen?

Sinds het laatste blogje ging ik naar Nederland, weer naar Engeland, alles zou beter zijn, om vervolgens wel tien hele dagen later weer naar Nederland ‘gestuurd’ te worden. Een dag nadat we samen een vakantie hadden geboekt.
Verrassing.

Ik zou daar niet gelukkig worden, zei hij.
Ik zou uiteindelijk meer willen van het leven, zei hij.
Ik zou zijn hart breken, zei hij.
Ik zou nooit meer gelukkig worden als hij me weg zou sturen, zei ik.
Jij breekt mijn hart nu, zei ik.

Nu stond ik op 19 januari, 21 weken na de emigratie, opeens weer op Nederlandse bodem. Met een verlovingsring om m’n vinger.
Alles in Nederland had ik eerder achtergelaten. Voor hem. Voor ons.
Baan opgezegd, familie en vrienden achtergelaten, al mijn spullen verkocht en zelfs m’n allerliefste katjes weggegeven.
Wat moest ik doen?

Hij mocht dan misschien een burn out hebben, de burn out die iedereen zag en had zien aankomen behalve hij maar nee, dit kon niet.
Er ging een knop om. Iemand die zo met mij en mijn liefde jojo’de, daar kon ik toch niet naar terug?
Ik bleef. In Nederland. Op een matras op de grond in de kastenkamer bij mijn moeder.
Ik was mezelf en iedereen om me heen die om me gaf meer verschuldigd.
Ondanks zijn bedenkingen die na een tijdje weer kwamen.
Hij twijfelde, wilde me terug, dan weer niet, dan weer wel en was ik drie uur later een ‘con artist, een ‘fraud’, een ‘liberal Dutch fucking lesbian’ (?!) en werd ik keer op keer drie uur lang gebombardeerd met de lelijkste dingen, die uit erg bizarre hersenspinselen moeten komen.

Ik maakte intussen, tijdens die tirades, andere plannen.
Terwijl mijn toekomstplannen het laatste jaar alleen maar inclusief hem waren geweest, mijn toekomst die ik verbonden wilde zien met die van hem en die zo tastbaar verbonden was geraakt door de ring die hij om mijn vinger schoof, moest ik nu nadenken over ‘Wat nu?!’
Twee weken lang was ik erg verdrietig en heart broken maar de knop was om.
Het feit dat hij zo raar deed hielp. Ik moest overleven.
Dat kon ik niet op een matras op de grond in de kastenkamer bij mijn moeder. Die zo lief was.
Ik kon dit. Ik kon weer op eigen benen staan. Opkrabbelen. Ook al voelde het alsof ik de helft van mezelf kwijt was.

In Amsterdam wonen, dat wilde ik. Nu echt. Er moest een kamer gezocht worden.
Er werd naar werk gezocht en flink gesolliciteerd.
In week vijf werd mijn kamer bevestigd. In week zes de nieuwe baan.

Natuurlijk ben ik nog wel eens verdrietig geweest. Maar ik kan dit, ik kon dit.
Met liefde van mensen om me heen.

“Komt wel goed schatje”

Ja.